Vonk en Visie


Aanbevelingen voor schooldirecties bij het organiseren van nascholingen

Geplaatst in vorming door Vonk en Visie op 15/06/2011
Tags: , , ,

Directies van scholen hebben een ongelooflijk divers takenpakket. Eén van die taken is ervoor zorgen dat het personeel de kans krijgt zich verder te bekwamen in de job. Daarom worden er pedagogische studiedagen en nascholingen georganiseerd. Soms doet men beroep op de expertise die al aanwezig is in een school, vaak ook worden externe organisaties gecontacteerd om nascholingen aan te bieden op de eigen school.

Vonk en Visie is zo’n organisatie, en wij maken er onze professionaliteit van om krachtige nascholingen te ontwikkelen. Dat is onze dagdagelijkse job, en die job vraagt ook weer haar eigen specifieke expertise. Het is aan ons om een hoog leerrendement te waarborgen. Dat is ook wat directies – terecht – verwachten.

Tijd voor nascholing?

Veel tijd voor navorming wordt onderwijs in Vlaanderen niet gegund: 1,5 dag per jaar voor pedagogische studiedagen, waarbij met het hele team kan gewerkt worden. Daarnaast kunnen individuele leraren wel nascholingen volgen, maar dat is niet altijd evident: in het lager onderwijs kan er in het beste geval gebruik gemaakt worden van korte vervangingen, in het slechtste geval weet een lerares dat zij de parallelcollega een zware dag bezorgt omdat die haar klas mag opvangen als zij op nascholing is. In grotere secundaire scholen zorgt een systeem van ‘studie’ en ‘toezicht’ of ‘wacht’ voor iets meer flexibiliteit, maar ook daar mogen leerlingen natuurlijk niet teveel lessen missen omdat leerkrachten op nascholing zijn.

Los van het feit dat we van mening zijn dat er veel meer tijd zou moeten beschikbaar gesteld worden vanuit het beleid, moeten we ook omgaan met die realiteit, en binnen de beschikbare mogelijkheden voor een zo hoog mogelijk leerrendement zorgen.

Voorwaarden voor hoog leerrendement

Vonk en Visie is ervan overtuigd dat er integratie nodig is om te kunnen spreken van echt ‘leerrendement’. Met integratie bedoelen we dat er een verbinding moet worden gemaakt tussen denken, voelen en doen, en dat het nieuwe wat aangeboden wordt een plek moet krijgen binnen wat er al aanwezig is. Het eerste vraagt om afwisselende en aanvullende werkvormen, het tweede vraagt om een individuele aanpak die uitnodigt tot zelfreflectie: “wat weet ik hier al over, wat doe ik al, hoe sta ik hier tegenover, en hoe past het nieuwe wat ik hier aangeboden krijg in mijn stijl, in mijn manier van doen”.

We zijn niet de enige voorstander van integratief leren. De leercyclus van Kolb bijvoorbeeld heeft duidelijk aangetoond dat mensen verschillende leerstijlen hebben, die op verschillende manieren worden aangesproken, en dat mensen pas echt leren als zij een cyclus doorlopen van concreet ervaren, reflecteren, analyseren en actief experimenteren.

We kunnen van daaruit een aantal stellingen formuleren over leerrendement.

Stelling 1: de verbinding van theorie, praktijkvoorbeelden en oefenkansen is nodig voor kwalitatieve vorming.

Stelling 2: het leerrendement bij workshops en vorming verhoogt bij het werken in kleine groepen (meer ruimte voor individuele aanpak en oefenkansen).

Stelling 3: het leerrendement verhoogt wanneer er meer tijd beschikbaar is die goed ingezet wordt voor afwisselende werkvormen.

Als we inhoud en vorm naast elkaar zetten met betrekking tot leerrendement, krijgen we een overzicht in volgende tabel.

Het zal je niet verbazen dat we daarom kiezen voor workshops en vormingen met voldoende tijd, liefst een volledige dag, en minimum drie uren. We beperken het aantal deelnemers liefst tot 16, omdat er met 16 nog voldoende ruimte is voor interactie en eigen inbreng van deelnemers.

Wat willen directies?

Terug naar het standpunt van de directies. Zij willen natuurlijk voldoende leerrendement, maar zij zijn ook verantwoordelijk voor een goede verdeling van tijd en budget. Volgende vaststelling zijn dan ook goed te begrijpen:

Directies van scholen vragen vaak
1. om de nascholing in te korten, aan te bieden in de helft van de tijd of zelfs minder (bv. 1,5 uur ipv 6 uren).
2. om de nascholing aan te bieden aan meer mensen dan de vooropgestelde 16. (tot bijvoorbeeld 65)
3. om erg praktijkgericht en toegepast te werken. (of de verwachte reactie van deelnemers in de tabel bij ‘vorming’)

Bedenkingen en aanbevelingen

Hoe goed we de vragen ook kunnen begrijpen, er hangen wel consequenties aan vast die misschien niet altijd zo duidelijk zijn. Daarom enkele bedenkingen:
1. De tijd inkorten verlaagt de kosten, maar ook het leerrendement.
2. Het aantal deelnemers verhogen verlaagt de kosten, maar ook het leerrendement.
3. Als tijd en geld middelen zijn om leerrendement te verkrijgen, is het inkorten van de beschikbare tijd, of kortere vormingen verspreiden over het schooljaar , niet altijd de meest efficiënte strategie. Twee keer een korte workshop over hetzelfde thema voor dezelfde groep geeft niet hetzelfde leerrendement als één langere vorming, want twee keer ‘weinig kans tot integratie’ is niet hetzelfde als ‘wel integratie’.

We willen hier dan ook enkele aanbevelingen doen voor directies.
1. Stel prioriteiten: minder thema’s, maar meer tijd en ruimte per thema, levert meer leerrendement op.
2. Kies of je het belangrijk vindt dat ‘veel mensen iets weten’, of dat een ‘kleinere groep mensen voldoende onderlegd is’.
3. Laat deelnemers zoveel mogelijk een keuze maken. Een vrijwillige deelnemer is meer gemotiveerd en dat levert sneller en meer leerrendement op.
4. Ga in overleg met nascholingsorganisaties: kies niet meteen voor de vorm, maar deel je inhoudelijke verwachtingen en je zorgen rond tijd en geld, en zoek samen naar wat mogelijk is om toch voor kwaliteit te kiezen, en laat de nascholingsorganisatie mee nadenken over een gepaste vorm.

Een praktijkvoorbeeld

Een directeur van een secundaire school contacteert Vonk en Visie en wil een pedagogische studiedag voor 130 personen over goede communicatie op school op verschillende terreinen (met leerlingen, met ouders, collega’s onderling, op rapporten, …)
Hij vraagt een spreker om over dit thema te komen ‘spreken’ voor de hele groep.

Omdat het onderwerp zeer ruim is, en de voorgestelde vorm (“spreker”) naar onze mening weinig leerrendement oplevert, gaan we in overleg, en wordt er uiteindelijk beslist om een andere formule te kiezen. Er worden 6 workshops georganiseerd van een halve dag die inzoomen op een aspect van het thema, en de leerkrachten kiezen vooraf hun eigen workshop met een systeem van eerste en tweede keuze. Vonk en Visie zorgt voor 6 trainers die expertise hebben over de inhoud én onderlegd zijn in het creëren van leerrendement.

De aangeboden workshops (meer info hierover vind je op de website van Vonk en Visie) zijn:
- Communiceren met ouders over leerlingen
- Met vonk en visie voor de klas
- Interculturele communicatie
- Werken met kernkwaliteiten
- Conflicthantering
- Klantvriendelijk onthaal

Na de workshops krijgt het personeel een maaltijd aangeboden, en tot slot van de studiedag heeft de school zelf nog voor een ludieke afsluiting gezorgd.

Conclusies

De reacties achteraf waren enorm positief, zowel van leerkrachten als van directie.

Bijna iedereen heeft de eerste keuze kunnen krijgen, en iedereen op zijn minst de tweede keuze.
De evaluatieformulieren lieten zien dat leerkrachten erg tevreden waren over het aanbod, dat ze het heldere theoretische kader apprecieerden, de mogelijkheid tot interactie met elkaar en de oefenkansen die ze kregen. De directie had weliswaar meer uitgegeven dan bij het oorspronkelijke idee van één spreker, maar vond de positieve reacties van het personeel alleen al het geld waard, en was daarnaast erg tevreden over de inhoudelijke aanpak.

Dit was een mooi voorbeeld van samenwerking, waarbij het resultaat was dat iedereen met voldoening de dag afsloot. En die voldoening was er even goed bij de medewerkers van Vonk en Visie: het voelt erg goed om door voldoende tijd en ruimte de kans te krijgen om de eigen expertise door te geven aan leraren en ondersteunend personeel, in de wetenschap dat het de honderden leerlingen van de school ten goede komt. En daar doen we het uiteindelijk voor, voor jouw en onze kinderen.

Dit voorbeeld is niet dé oplossing, maar een goede oplossing die door overleg tot stand is gekomen. We hopen dat dit artikel en dit voorbeeld inspirerend werken voor jouw nascholingsvragen in jouw specifieke context.

Maarten Van de Broek

Reacties worden erg gewaardeerd.

2 juni 2011: medewerkersdag van Vonk en Visie

Geplaatst in onderwijs,vorming door Vonk en Visie op 05/06/2011
Tags: , ,

Op 2 juni zaten we met onze medewerkers samen , en baseerden we ons op de aanpak van Appreciative Inquiry om eens te kijken waar we staan en waar we naartoe willen. Wat volgt is een samenvatting hiervan.

De mooiste ervaringen van onze medewerkers hebben te maken met het aanwakkeren van het potentieel bij deelnemers, hen ‘sterker’ maken. Vaak gebeurt dat wanneer ook het niet-cognitieve kans krijgt, wanneer de trainer ruimte kan maken waarbinnen deelnemers zichzelf en elkaar verrijken, wanneer de trainer faciliterend te werk gaat, en niet enkel de inhoudelijke expert is. Het gaat om momenten waarbij een verschil wordt gemaakt bij deelnemers, waarbij we in deelnemers niet alleen de leraar aanspreken, maar vooral de mens beroeren die de rol van leraar opneemt. We bieden positieve en krachtige vormingen aan, die gevarieerd zijn opgebouwd, waarbij het buikgevoel en de expertise van de trainer een evenwaardige plaats krijgen in het richting geven aan de inhoud en de opbouw van een vorming.

Intern voelen medewerkers dat ze vertrouwen krijgen en dat er appèl wordt gedaan op hun verantwoordelijkheid. Door de voedende relaties onderling ervaren medewerkers dat ze deel uitmaken van een steunend netwerk, en krijgen ze waardering en erkenning voor wie ze zijn en wat ze doen.

De persoon is belangrijk in Vonk en Visie, en dat wordt gezien als één van de typische elementen in de aanpak van Vonk en Visie. Dat gaat zowel op voor de medewerkers als voor de deelnemers aan onze vormingen.

Als we naar de toekomst keken, tekenden zich drie klemtonen af. De manier waarop we nu onderling met elkaar omgaan willen we ten eerste graag behouden, en versterken. We gaan op regelmatige basis voor momenten zorgen waarbij wij elkaar kunnen verrijken door intervisie en uitwisseling.

Ten tweede willen we er verder naar streven om voldoende tijd te kunnen nemen voor onze vormingen en we willen meer langdurige vormingen gaan aanbieden. We zijn er ons van bewust dat dit een uitdaging is binnen de weinige tijd en het kleine budget dat binnen onderwijs ter beschikking staat voor vorming. We merken echter ook dat leraren en scholen steeds meer inzien dat het meer oplevert om te kiezen voor kwaliteit in plaats van voor kwantiteit: in kleine groepen een echt verdiepende vorming aanbieden, biedt veel meer leerrendement dan 5 lezingen voor het voltallige personeel.

Ten derde spelen we met het idee van een creatieve “zonder meer”-reeks. Een reeks van vormingen waarbij niet de eindtermen centraal staan, of waarbij geen vooropgestelde doelstellingen bepaald zijn om te halen op het einde van de dag, behalve dat er ruimte gecreëerd wordt waarbinnen spontaan leerprocessen kunnen ontstaan. Met muziekleerkrachten samenkomen bijvoorbeeld om te musiceren zonder meer, en kijken wat er vanuit die interactie vorm kan krijgen. Wordt ongetwijfeld vervolgd.

Voor mij als oprichter en coördinator tekende zich gedurende deze medewerkersdag steeds duidelijker een rode draad af: de kern van de zaak draait om voedende relaties. Onder de inhoud van onze nascholingen, schuilt telkens onze missie: leraren ‘sterker’ maken opdat ze in staat zijn om voedende relaties aan te gaan met hun leerlingen. Voedende relaties zijn gebaseerd op authenticiteit en erkenning, en vormen de vruchtbare bodem waarop de leraar met zijn vakinhoudelijke expertise leerlingen prikkelt om te leren en te groeien.

Dat wensen wij al ‘onze’ kinderen toe, en dat wensen wij ook al ‘onze’ leraren toe. Ook zij zijn mensen die maar het beste van zichzelf kunnen geven als ze zich gedragen weten door voedende relaties. De ploeg van Vonk en Visie wil daar graag toe bijdragen. Dat is duidelijk.

onderzoek leerbereidheid en motivatie in het onderwijs

Geplaatst in motivatie,onderwijs door Vonk en Visie op 03/06/2011
Tags: , ,

De titel van dit artikel raakt volgens mij de allergrootste uitdaging van ons hedendaags onderwijs: hoe motiveren we onze leerlingen, en hoe houden we ze gemotiveerd? Veel leerkrachten waarmee ik werk worstelen ermee, ook al zijn het erg kundige vakmensen, die met enthousiasme hun job doen, en het hart op de juiste plaats hebben.

Blijkbaar is dit niet voldoende. Het tegendeel is wel waar: no way dat je leerlingen gemotiveerd krijgt als je je job niet goed doet, uitgeblust bent en het je niet echt kan schelen wie er nu juist in je klas zit.

Toen we dit jaar startten met een nascholing leerlingen motiveren en gemotiveerd houden liepen de inschrijvingen voor het open aanbod meteen binnen. Het is duidelijk: er is nood aan visies en methodes om motiverend les te geven.

Het is sowieso een thema dat me nauw aan het hart ligt, omdat het zo verbonden is met hoe leerlingen zich voelen op school en omdat het zo verbonden is met de relatie tussen leraar en leerling.

Het zal je dan ook niet verbazen dat ik niet lang heb getwijfeld toen een universitaire onderzoeksgroep me vroeg om mee te werken aan een literatuuronderzoek over leerbereidheid en motivatie.

De komende maanden zal ik mij engageren om de conclusies uit wetenschappelijk onderzoek over het stimuleren van leerbereidheid en motivatie om te zetten in praktijktaal, bruikbaar voor scholen, leraren en leerlingenbegeleiders.

En op deze blog houd ik jullie daarover graag op de hoogte. Ondertussen alvast een vraag: wat zijn volgens jullie essentiële voorwaarden om leerlingen te motiveren?

Cyberpesten

Geplaatst in onderwijs door Vonk en Visie op 28/05/2011
Tags: , ,

Op 24 mei was ik aanwezig op een studiedag met als titel “Stop cyberpesten”, een samenwerkingsverband tussen het ministerie van onderwijs en verschillende organisaties die zich met dit thema bezighouden, zoals Sensoa en Childfocus.  Boeiend om de cijfers te horen over hoe jongeren omgaan met digitale media (98% van de adolescenten heeft een gsm, enz.), handig om uitgewerkte lespakketten voorgesteld te zien,   maar ook enkele inspirerende sprekers en getuigenissen.

Guy Deboutte pleitte voor een schoolbrede aanpak, die op fundamenten van veiligheid, vertrouwen en verbondenheid dient gebouwd te worden.  Het KIVA-voorbeeld uit Finland was op dat vlak erg knap.

Maar het meest werd ik nog gepakt door Jan, een jonge leerlingenbegeleider die in Paridaens in Leuven een van de stuwende krachten blijkt achter leerlingenparticipatie.  Hij illustreerde hoe op zijn school de leerlingen echt betrokken werden bij een preventieactie tegen pesten.  Het enthousiasme dat hij uitstraalde, en het enthousiasme van de leerlingen in de getoonde filmpjes, toont dat het kan: vertrouwen op het verantwoordelijkheidsgevoel van leerlingen.

Wat ik vooral bevestigd zag in deze dag, was dat cyberpesten niet als iets aparts moet gezien worden van ander pestgedrag; het komt er vaak gewoon bovenop.  Maar de impact is des te groter: vroeger kon je nog zeggen dat het pestgedrag tenminste stopte als je de schoolpoort uitging, maar nu ben je op je eigen kamer niet eens meer gespaard van pestgedrag, als je daar online bent of via je gsm.

Onze vormingen over de aanpak van pestgedrag hebben door deze studiedag in ieder geval extra body gekregen. Dank daarvoor.

En voor wie benieuwd is: via deze link kan je een impressie krijgen van deze dag: http://www.ond.vlaanderen.be/antisociaalgedrag/Studiedag%20cyberpesten/default.htm

Op het kruispunt van onderwijs en hulpverlening

Geplaatst in vorming door Vonk en Visie op 27/05/2011
Tags: , , , ,

over het ontstaan van Vonk en Visie

Tien jaar stond ik voor de klas, als leraar Nederlands en Engels.  En toegegeven, de vakken zelf waren niet mijn eerste passie, hoewel ik met heel veel plezier Germaanse talen heb gestudeerd.

Wat mij veel meer deed warm lopen was het opbouwen van een goed contact met leerlingen en een aangename sfeer in de klas.  Leerlingen verdienen het om als unieke individuen aangesproken te worden. Dat vond ik tenminste zelf al toen ik nog leerling was, vooral op die momenten dat ik eerder werd gezien als een nummer, in het beste geval als een achternaam.  Geen slechte school, hoor, maar sommige leerkrachten waren zo vol van hun eigen vak dat ze bij wijze van spreken het niet eens zouden merken als hun klas leeg was.

Dat wou ik in ieder geval anders, en als taalleerkracht heb je wel de voordelen dat je meerdere uren per week in een klasgroep komt, en dat je leerplan voldoende ruimte biedt om flexibel om te gaan met onderwerpen en vooral met de manier waarop je die onderwerpen benadert.

Al snel werd ik ook een aanspreekpunt: leerlingen deden hun verhaal, deelden hun kleine en grote zorgen, en zo rolde ik ook in de taak van leerlingenbegeleider. Wat ik doe, wil ik graag goed doen.  Daarom ging ik op zoek naar een goede opleiding, die me in staat zou stellen om op meer te kunnen buigen dan enkele op gezond verstand, wanneer leerlingen me hun problemen toevertrouwden. En zo kwam ik op de Educatieve Academie terecht.

Ik volgde er de vierjarige psychotherapie-opleiding Interactionele Vormgeving.  In 2005 richte ik mijn eigen praktijk op als psychotherapeut.  Daar zie ik nog steeds jongeren en volwassenen, gezinnen en koppels die ergens mee in de knoop zitten.  Daarover schrijf ik later meer.  Ik heb het tijdje gecombineerd allemaal: thuis een praktijk in bijberoep, en daarnaast leraar en leerlingenbegeleider in een secundaire school.  Maar in 2008 werd het anders.

Ik had toen in november een erg onbehaaglijk gevoel, letterlijk, in mijn buik.  Er klopte iets niet meer.  En als ik zoiets ervaar, wil ik dat signaal ook ernstig nemen.  Ik heb me in dat gevoel verdiept, ik exploreerde het in supervisie, ik praatte erover met mijn vrouw.  En drie weken later nam ik de beslissing dat het mijn laatste schooljaar zou zijn als leraar.  Niet dat ik het niet meer graag deed.  Maar het voelde aan alsof het tijd was voor een nieuwe fase.

Ik had uit mijn therapie-opleiding veel meer geleerd dan hoe ik mijn praktijk diende te handelen.  Ik had er ook als leerkracht en als leerlingenbegeleider enorm veel kracht en inspiratie uit geput.  De andere brillen die ik leerde opzetten, boden nieuwe inzichten voor het ambacht als leraar.  Het beïnvloedde mijn relatie met mijn leerlingen, hun ouders, mijn collega’s, de directie, en vooral de relatie met mezelf.

En dat werd mijn nieuw doel: het vertalen van inzichten uit de hulpverlening naar de praktijk van het onderwijs.  Niet om van leraren hulpverleners te maken, maar om van leraren nog betere leraren te maken, die in staat zijn om die relatie op te bouwen met leerlingen en collega’s die hen in staat stelt om veel arbeidsvreugde te ervaren, en hun leerlingen de kwaliteit aan te bieden die zij verdienen. Een leerkracht met passie en expertise, met enthousiasme en inzicht, met vonk en visie.

Zo werd Vonk en Visie geboren, een organisatie die vorming aanbiedt voor onderwijs en hulpverlening. En al snel ben ik anderen erbij gaan betrekken.  Ondertussen hebben we een heel mooi netwerk opgebouwd, van trainers en nascholers die met Vonk en Visie vorming geven.   En het loopt prima.

We brengen iets wat andere nascholingsorganisaties niet brengen, en we investeren vooral ook  in de manier waarop we nascholingen aanbieden.  Lezingen voor 150 personen zijn niet zo ons ding; wel interactieve vormingen in kleine groepen waarbij we theorie koppelen aan praktijk en zelfreflectie.  Theorie als kader waarbinnen kan geoefend en uitgeprobeerd worden en waarbij deelnemers de kans krijgen om te kijken wat bij hen en hun stijl past.  Dan pas leren mensen echt! En dat blijkt ook keer op keer uit de evaluatieformulieren.

En zo willen we nog graag een tijdje doorgaan.

Reacties worden erg geapprecieerd.

Maarten Van de Broek

 

of als google search story:

« Vorige pagina

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 99 other followers