Vonk en Visie


Motiverende gespreksvoering als methodiek voor leerlingenbegeleiding

Geplaatst in motivatie,onderwijs,Uncategorized door Vonk en Visie op 29/11/2011
Tags: , , , , ,

Jeroen lijkt zo goed als niets meer te doen voor school.  Bovendien zijn er vermoedens dat hij behoorlijk wat cannabis gebruikt.  De directeur vraagt me, als leerlingenbegeleider, om hem te spreken om te kijken wat er leeft, en of we wat voor hem kunnen betekenen als school.  

Tijdens het eerste gesprek lijken de dreadlocks en de Jamaicaanse kleuren van zijn polsband het uit te schreeuwen dat de vermoedens over cannabisgebruik terecht zijn.  Hij gaat zodanig onderuitgezakt op de aangeboden stoel zitten dat het eigenlijk bijna liggen is.  Zijn lichaamshouding straalt verveling uit, en absoluut geen goesting om dit gesprek met mij aan te gaan.  

Ik leg hem uit dat ik hem gecontacteerd heb omdat collega’s en de directie hun bezorgdheid hebben uitgedrukt over hem.  Vanuit zijn ooghoek ontsnapt er een spontane, maar minieme blijk van verbazing en nieuwsgierigheid. Bezorgdheid had hij blijkbaar niet verwacht.  De -meer beredeneerde- zucht die hij slaakt moet dat signaal weer teniet doen.  Ik vraag hem of het klopt dat hij hier eigenlijk geen zin in heeft.  Dat bevestigt hij.  Ik zeg hem dat ik het ten zeerste waardeer dat hij zo eerlijk met mij omgaat dat hij dat ook gewoon laat zien, en dat hij niet doet alsof.  Ik hou namelijk erg van eerlijkheid.  Tegelijkertijd, zeg ik hem, hou ik er zelf niet van dat iemand mij vertelt wat ik moet doen, en dat ik het ook niet in mijn hoofd zou halen om hem in gesprekken als deze te vertellen wat hij zou moeten doen.  Ik ga er van uit dat iemand van 17 wel zelf kan beslissen welke keuzes hij wil maken, merk ik op, en dat zo iemand goede redenen heeft om juist die keuzes te maken, ook al begrijpt de omgeving dat niet altijd meteen.  Zijn hoofd heeft zich ondertussen in mijn richting gedraaid, en voor het eerst maken we echt contact.  Klopt het dat het op dit moment erg lastig voor je is om voor school te werken?  Stilaan begint hij te vertellen. En op het einde van het gesprek nodig ik hem uit om een nieuw gesprek te hebben, en Jeroen wil de uitnodiging aannemen.  

Ik blijf het elke keer een hele uitdaging vinden, en vaak, zoals bij Jeroen, is het millimeterwerk om openingen te creëren om een begeleiding op te starten met leerlingen die zelf geen vragende partij zijn.  Wat me helpt, is de bril opzetten die alert maakt op kansen om erkenning te geven.  Wat me ook helpt, is op zoek gaan naar de opbouwende bedoeling onder gedrag, hoe destructief dat gedrag ook kan zijn.  En wat me daarnaast helpt, zijn de handvatten die de methodiek ‘motiverende gespreksvoering’ me biedt.

Motiverende gespreksvoering is een naam die vaak foutieve eerste indrukken opwekt.  Het is geen manier van aanmoedigen en overtuigen.  Integendeel, het is een stappenplan om gedragsverandering te bewerkstelligen die gebaseerd is op autonome motivatie. Met andere woorden, het is een manier waarbij de leerling begeleid wordt om zelf beslissingen te nemen, om zelf oplossingen te zoeken, en om die oplossingen zelf uit te voeren.  Dat vraagt van een begeleider om geen advies te geven, geen oplossingen aan te reiken, om de eigen waarden en normen voldoende aan de kant te kunnen zetten om de leerlingen binnen zijn eigen waarden en normen passende alternatieven te laten ontwikkelen voor zijn gedragskeuzes.

De 6 stappen die uitgewerkt worden in de methodiek  zijn

1. de dialoog aangaan, de zorg uiten, het probleemgedrag aankaarten

2. toestemming krijgen voor begeleiding, mandaat creëren

3. de veranderingsbereidheid verkennen en versterken

4. het zelfvertrouwen versterken om tot verandering te kunnen komen

5. concrete doelen formuleren

6. de weg naar het doel uitstippelen in concrete, haalbare stappen.

De methodiek is ontwikkeld en gegroeid in de verslavingszorg, om daar voor gedragsverandering te kunnen zorgen.  Het is een methode die perfect vertaald kan worden naar andere sectoren, bijvoorbeeld naar leerlingenbegeleiding.  De methode sluit ook naadloos aan bij de conclusies over motivatie die ik samen met de andere auteurs (Vanhoof, J., e.a.) getrokken heb in het boek ‘Leerbereidheid van leerlingen aanwakkeren. Principes die motiveren, inspireren én werken‘, dat naar alle waarschijnlijkheid in het voorjaar van 2012 verkrijgbaar zal zijn.  Redenen genoeg om deze methodiek in de vorm van nascholingen door te geven aan leerlingenbegeleiders in het Vlaamse onderwijs.

Hoe het met Jeroen afgelopen is?  We ontdekten samen tijdens een 6-tal gesprekken dat de opbouwende bedoeling van zijn gebrek aan motivatie voor school onder meer een zelfbescherming tegen faalangst was.  ”Als ik niets doe, kan de mogelijke mislukking nooit aan mijn capaciteiten liggen.  Ik houd de mogelijkheid in stand dat ik het wel kan als ik er moeite voor zou doen.”  Vanuit die conclusie zijn werd de begeleiding ook een faalangsttraining die ervoor zorgde dat hij stilaan weer succeservaringen kon opdoen met schoolse taken.  En het  overmatige karakter van zijn  cannabisgebruik had  te maken met een last die hij meedroeg die om heel veel erkenning vroeg, een familiegeheim waar hij mee worstelde en hem zo sterk bezig hield dat school maar op de tweede plaats kon komen.  Hij had tijdens de begeleiding besloten zijn vader te laten weten in wat voor een lastig parket hij zich bevond.  Jeroen wist immers iets van zijn vader, wat zijn moeder nog niet wist: dat zijn vader  een minnares had. 

Maarten Van de Broek

dinsdag 24 januari 2012 te Gent

en

vrijdag 3 februari 2012 te Mol

vinden de volgende nascholingen voor leerlingenbegeleiders over ‘Motiverende gespreksvoering’ plaats.

Meer info is te vinden op http://www.vonkenvisie.be/index.php?id=361

Gezonde taakspanning of faalangst?

Geplaatst in motivatie,onderwijs,Uncategorized,vorming door Vonk en Visie op 12/09/2011
Tags: , ,

Lotte is een ijverige leerling  Ze verzorgt haar huiswerk, houdt haar agenda goed bij, let aandachtig op in de klas.  Als medeleerlingen niet meer weten wanneer welke toets juist afgesproken is, wordt dat aan Lotte gevraagd.  Zij weet dat.  Haar notities zijn steeds ordelijk, en je moet haar nooit terechtwijzen.  “Een model-leerling!”, vertelt de collega van vorig jaar.  Als de leraar Lotte een vraag stelt in de klas, wordt ze wat onzeker.  Kleine rode vlekjes in haar hals verraden dat.  Op de dag van  de eerste grote test van het schooljaar  ziet ze er vermoeid uit.  “Nog laat gestudeerd, meneer, en wat vroeger opgestaan om alles nog eens na te kijken,” is haar antwoord als de leraar even polst of alles ok is.  Tijdens de test zucht ze af en toe, en kijkt regelmatig op haar horloge.  Ze geeft als laatste af.  “Ik kon er niets van,” puft ze teleurgesteld.  Ze behaalt 7 /10.

Joshua valt niet echt op in de klas.  Hij houdt zich low profile.  Hij hoopt gewoon dat de dag zo snel mogelijk voorbij is, dan kan hij gaan skaten.  In de klas zit hij af en toe voor zich uit te staren, of naar buiten te kijken.  Hij schrikt op wanneer de leraar zijn naam noemt.   Enkele leerlingen giechelen. Het lijkt hem niet te deren. Hij lijkt soms het tegenovergestelde van Lotte.  Zijn huiswerk is vaak niet gemaakt.  Zijn notities zijn nu al niet meer in orde, en het is nog maar september. Tijdens de test geeft hij als eerste af, en het grootste deel van de vragen is niet beantwoord. 

Hoe verschillend hun gedrag ook is, er is iets wat beiden gemeen hebben: faalangst.  Bij leerlingen als Lotte wordt dat doorgaans snel opgemerkt.  De inspanningen lijken niet in verhouding met de uit te voeren taken, ze voelen zich onzeker, ze werken keihard, hun angst dat het niet lukt lijkt onterecht, want ze halen toch meestal goede punten.  Tijdens een faalangsttraining leert de leerlingenbegeleider hen ademhalings- en ontspanningsoefeningen, en leert hen anders te denken over toetsen en punten.  Zo leren ze om de spanning te verminderen, waardoor ze meer ontspannen studeren en toetsen maken, en waardoor ze betere prestaties leveren, vaak in minder tijd.  De spanning wordt niet meer zo groot dat ze van de stress minder presteren, of zelfs helemaal blokkeren.

Bij faalangst wordt de spanning zo groot dat de prestatie vermindert.

Van leerlingen als Joshua wordt snel gezegd dat ze niet gemotiveerd zijn.  In het geval van Joshua kan je dat moeilijk als persoonskenmerk stellen, want hij is supergemotiveerd om te gaan skaten.  Maar het klopt dat hij weinig motivatie ervaart voor zijn schoolse activiteiten.  “Hij moet gewoon eens wat beter zijn best doen”, klinkt het snel als collega’s overleggen over Joshua. De leerlingenbegeleider wordt gevraagd om eens met Joshua te gaan praten.  Wat blijkt: Joshua heeft schrik om slechte resultaten te halen, eigenlijk nog meer om dom gevonden te worden.  Hij heeft al genoeg naar zijn hoofd geslingerd gekregen dat hij niet deugd, en dat hij te dom is om …  Er staan tranen in zijn ogen als hij dit deelt.  Zijn stiefvader durft soms hevig te keer te gaan, zeker als die teveel gedronken heeft. Eigenlijk is het maar in gesprek met de leerlingenbegeleider dat Joshua zelf goed beseft waarom hij niet studeert.  Op die manier kan hij het voor zichzelf tenminste blijven steken op een gebrek aan inspanning.  “Als ik echt mijn best zou doen, zou het wel lukken.”  En daar komt de angst op de proppen.  Wat als hij zijn best zou doen, en het mislukt toch?  Heeft zijn stiefvader dan toch gelijk?

Joshua beschermt zichzelf door zijn nalatig studiegedrag. Hij kan op deze manier het beeld van zichzelf in stand houden.  En dat is heel belangrijk.  De leerlingenbegeleider erkent dit ook.  Maar samen met de leerlingenbegeleider pakt hij zijn angst aan, en de eerste kleine succeservaringen motiveren hem om verder te gaan.  Zijn studiehouding keert, en zijn punten gaan er zienderogen op vooruit.  “Ik heb mijn stiefvader zelfs tegen mijn moeder horen zeggen dat ik blijkbaar toch niet zo dom ben als ik er uit zie.”

Faalangst  kan vele vormen aannemen.  Er wordt wel eens het onderscheid gemaakt tussen actieve faalangst (zoals bij Lotte) en passieve faalangst (zoals bij Joshua).  Beide leerlingen lijden eronder, en beiden zijn gebaat met een goede faalangsttraining, individueel of in groep. Faalangst is een situationele angst.  De situatie kan gaan om cognitieve (vb. grammaticatest) , motorische (tijgersprong in de les L.O.)  of sociale taken (een spreekbeurt).  Het goede nieuws is dat het leren reduceren van faalangst goed mogelijk is.  Daarom is het zo belangrijk dat deze leerlingen hun weg vinden naar een goede begeleiding.

 

Hoe faalangst herkennen bij je leerlingen?

Sommige leerlingen doen hard hun best, zijn verlegen en  teruggetrokken.  Ze zijn zenuwachtig, worden rood, zweten en zwoegen bij testen.  Zij staan vaak open voor hulp.

Andere leerlingen gaan juist de clown uithangen of worden agressief, als de spanning hen te veel wordt.  Je moet hier al even kunnen “doorkijken” om dit gedrag als mogelijke uiting van faalangst te zien.

Er zijn ook leerlingen die alle vormen van spanning al bij voorbaat gaan vermijden, zoals Joshua.  Ook dit kan een aanwijzing van faalangst zijn. Dergelijke leerlingen kunnen vaak afwezig zijn, of gaan spijbelen op de testmomenten.

Ze hebben allemaal een negatief zelfbeeld, ook al kunnen sommigen dit goed verbergen, en hebben moeite met het aannemen van complimentjes.

Als je een vermoeden van faalangst hebt, bespreek je dat best even met de leerlingenbegeleider.

 

Faalangstbegeleiding of –training op school?

Statistisch gezien zitten in elke klas leerlingen met faalangst.   Het is dan ook erg zinvol om een op school een  goede faalangstbegeleiding uit te bouwen.  Daarin zijn verschillende elementen belangrijk:

-          Sensibilisering voor leerkrachten: hoe herken ik faalangst?

-          Een vlot werkend, schoolbreed meldingssysteem

-          Competente leerlingenbegeleiders die in staat zijn om

  • Vast te stellen of het bij een melding inderdaad om faalangst gaat.
  • Een begeleiding op te zetten, individueel of in groep, waarbij leerlingen met de juiste technieken wordt geleerd om hun faalangst te reduceren.

Om de competentie van de leerlingenbegeleiders op dit vlak te vergroten, organiseert Vonk en Visie, een tweedaagse nascholing voor leerlingenbegeleiders:

“Het opzetten van een faalangsttraining”.

Deze vindt plaats op 10 én 11 oktober 2011 in Gent.

De nascholing in Mol vindt plaats op 13 én 21 oktober 2011.

Meer info vind je hier: http://www.vonkenvisie.be/index.php?id=321

 

 

Daarnaast is er  voor leerlingenbegeleiders ook een tweedaagse nascholing: “Het opzetten van een weerbaarheidstraining”.  Deze is bedoeld om leerlingenbegeleiders achtergrond, tips en oefeningen mee te geven om te werken aan assertiviteit.  Ook hier zowel individueel als in groep.

In Mol vindt deze nascholing plaats op 6 én 10 oktober 2011.

In Gent op 14 én 18 oktober 2011.

Meer info daarover vind je hier: http://www.vonkenvisie.be/index.php?id=324

Maarten Van de Broek

Gedemotiveerde leerlingen bestaan niet

Geplaatst in motivatie,onderwijs door Vonk en Visie op 27/06/2011
Tags: , , ,

Sinds ik me op meer structurele manier aan het verdiepen ben in het verschijnsel ‘motivatie’, kom ik steeds meer tot de vaststelling dat je eigenlijk niet kan spreken van gemotiveerde of gedemotiveerde leerlingen. Motivatie is steeds situatiegebonden, en niet zozeer een karaktertrek of eigenschap van leerlingen.

Natuurlijk weet ik perfect wat men bedoelt: ik heb zelf ook erg ‘gemotiveerde leerlingen’ gekend, of hun tegenhangers. Maar als leraar zijn we erg geneigd om wat we zien in de klas, te veralgemenen in algemeen geldende uitspraken over een leerling.

De eerste keer dat mijn ogen hierover open gingen, was nog in het begin van mijn carrière: er zat een leerling in mijn klas die ik ook kende bij de jeugdbeweging. In de klas was hij verlegen en teruggetrokken, bijna timide zelfs. Maar bij de jeugdbeweging zou je bijna niet geloven dat het om dezelfde ging: vrolijk, de clown uithangen, een leidersrol in de groep.

We kennen de leerling dus maar voor zover hij of zij zich laat zien op school, in onze les. Een leerling kan zich bij een collega weer heel anders gedragen. Goed dat we op klassenraden die informatie naast elkaar kunnen leggen.

Maar waar ik eigenlijk toe wil komen: een leerling die gedemotiveerd lijkt, is dit voor zover we hem kennen op school. Diezelfde leerling kan ongelooflijk gemotiveerd zijn in zijn sportclub, of in het vrijwilligerswerk dat hij doet. Maar omdat we die situaties niet bijwonen, bestaat het risico dat we iemand zien als ‘niet gemotiveerd’. En het jammere is: wij gaan ons als leerkracht ook gedragen vanuit die overtuiging: “deze leerling is niet gemotiveerd”.

Stel je eens voor wat het zou kunnen betekenen als we dat oordeel even opschorten, en eerst eens even het gesprek aangaan met zo’n leerling, met een gezonde nieuwsgierigheid naar de situaties waarin de leerling zich wel weet te motiveren. Twee vliegen in één klap: we kennen de leerling weer iets beter en kunnen bij de lessen eens verwijzen naar zijn interessedomeinen, én we slagen er misschien in om te laten zien aan de leerling dat we geloven dat er geen gedemotiveerde leerlingen bestaan, maar wel leerlingen die het moeilijk vinden om zich te motiveren voor deze schoolse situatie. Wedden dat deze vorm van erkenning erg motiverend werkt.

Maarten Van de Broek

PS1: Op de nascholing ‘motiverende gespreksvoering’ leer ik leerlingenbegeleiders aan hoe ze in een 6-stappenmethode op die manier met motivatie kunnen omgaan, meer info op onze website.
PS2: Als je in een gesprek geen enkel aspect in het leven van een leerling vindt waarvoor hij gemotiveerd is, zou er wel eens sprake kunnen zijn van een depressie, en dan is er andere hulp nodig.

reacties worden erg gewaardeerd


Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 99 other followers